Herkomst

De zwarte els is een inheemse boom die al sinds de ijstijd in onze streken voorkomt. Hij is volledig aangepast aan het Europese klimaat en de waterrijke landschappen van de Lage Landen. Van nature vind je hem langs rivieroevers, in moerasbossen en op drassige gronden waar andere loofbomen moeite hebben om te overleven.

Kenmerken van de zwarte els

Zijn gestalte

Een middelgrote boom die doorgaans 10 tot 20 meter hoog wordt, maar onder gunstige omstandigheden een hoogte van 25 tot soms 30 meter kan bereiken.

De schors

Jonge bomen hebben een gladde, grijsbruine stam. Naarmate de boom ouder wordt, verandert dit naar een donkere, bijna zwarte schors met een herkenbaar patroon van ondiepe groeven en schubben.

De bladeren

Het donkergroene blad is eivormig met een afgeronde tot licht ingedeukte top en een grof gezaagde rand.

Bloei

De boom bloeit al erg vroeg in het jaar (februari-maart) met hangende mannelijke katjes en kleine, rechtopstaande vrouwelijke bloemen die later uitgroeien tot de bekende houtige 'elzenproppen'.

De "fundering van Europa"

De zwarte els is goed bestand tegen langdurige onderdompeling in water en werd daarom veelvuldig gebruikt in de waterbouw. In zuurstofloze omstandigheden onder water wordt het hout nauwelijks aangetast door schimmels en kan het eeuwenlang behouden blijven.

Een groot deel van de historische stad Venetië en vele oude Amsterdamse grachtenpanden rusten op funderingspalen (heipalen) van elzenhout. In Venetië werden daarnaast ook andere houtsoorten zoals lariks en eik gebruikt. In Amsterdam gebruikte men naast elzenhout ook nog naaldhout zoals grenen.

Zaden

De voortplanting van de zwarte els is volledig afgestemd op de nabijheid van water. Aan de takken hangen verschillende kegelvormige miniatuur-dennenappeltjes, ook elzenproppen genoemd, die de hele winter blijven hangen. Uit deze proppen komen de zaden vrij. De zaden zijn kleine, platte nootjes die voorzien zijn van kurkachtige luchtkussentjes. Hierdoor blijven ze drijven en kunnen ze door de stroming van beken en rivieren worden meegevoerd naar nieuwe groeiplaatsen langs de oever.

Terwijl de meeste bomen in de winter of het vroege voorjaar nog in rust zijn, vormt de zwarte els al een belangrijke voedselbron voor heel wat vogels zoals sijzen en mezen. Zij vinden in de zaden in de elzenproppen energierijk voedsel in een periode waarin andere bomen nog geen voedsel dragen.

Wist je dit al over een zwarte els?

Hij voedt de bodem

Via wortelknolletjes waarin stikstofbindende bacteriën leven, wordt stikstof uit de lucht vastgelegd. Een deel van deze stikstof komt via bladval en afbraak in de bodem terecht, waardoor de grond rondom de boom geleidelijk vruchtbaarder wordt.

Zijn hout kan verkleuren

Wanneer een els wordt omgezaagd, verandert het lichte hout door contact met de buitenlucht in korte tijd van kleur. Het krijgt dan een opvallende oranje-rode gloed, alsof de boom bloedt.

Hij heeft zijn eigen kever

Deze boom heeft een vaste bewoner: het glanzend blauwgroene elzenhaantje. Dit kevertje leeft specifiek op deze boomsoort en vreet de karakteristieke, ronde gaatjes in de bladeren.

Hij was populair bij klompenmakers

Vanwege de bewerkbaarheid en het relatief lichte gewicht werd elzenhout vroeger regelmatig gebruikt voor het maken van klompen, naast andere houtsoorten als populieren en wilgen.