Groeien naar het licht

In een dicht bos is licht een schaars goed. Bomen aan de rand van de gracht maken slim gebruik van de open ruimte boven het water. Door schuin over de gracht te groeien, vangen hun bladeren maximaal zonlicht op zonder dat ze in de schaduw van hun buren staan.

Een groene motor

Bladgroenkorrels

In de bladeren zitten miljoenen bladgroenkorrels (chloroplasten). Deze vangen de energie uit zonlicht op en geven de bladeren hun groene kleur.

Productie van zuurstof

Als bijproduct van hun voedselproductie geven planten zuurstof af. Dit maakt hen de belangrijkste leveranciers van de lucht die wij inademen.

Opname van CO2

Om te kunnen groeien nemen bomen koolstofdioxide (CO2) op uit de lucht. Ze helpen zo actief mee om de lucht te zuiveren.

Energie uit bladeren

Hoewel sommige planten volledig groen zijn, wordt veruit de meeste energie opgewekt in de bladeren. Dit zijn de hoofdmotoren van de boom.

Basis van de voedselpiramide

Planten zijn de enige levende wezens die hun eigen voedsel kunnen maken uit lucht en licht. Hierdoor vormen ze de onmisbare basis van de natuur. Zowel de zuurstof die we inademen als het voedsel dat mens en dier eten, begint bij de bladeren die hier in de zon hangen.

De suikerfabriek

Elk groen blad werkt als een kleine fabriek. Onder invloed van zonlicht zetten planten water en CO2 om in zuurstof en glucose. De suikers (koolhydraten) zijn de brandstof die de boom gebruikt om te groeien. Dit proces, de fotosynthese, is de motor van al het leven op aarde. Zonder deze productie zou er geen voedsel en geen zuurstof zijn.

Wist je dit al over deze bomen?

Ze sturen hun eigen groei

Bomen voelen precies waar het licht vandaan komt en sturen hun groei hormonaal bij om takken en bladeren naar de zonnigste plek te draaien. Dit proces heet fototropie. Je ziet het thuis ook wanneer kamerplanten langzaam hun bladeren richting het raam draaien voor meer licht.

Ze gebruiken het water als spiegel

Het water van de fortgracht reflecteert extra zonlicht naar de onderkant van de bladeren. Voor de bomen langs de waterkant werkt de gracht als een soort spiegel die hen helpt extra energie op te wekken.

Ze verankeren de oever

De bomen groeien schuin, maar vallen toch niet zomaar om. Hun wortels aan de landzijde groeien extra diep en sterk om het tegengewicht van de overhellende stam op te vangen en de oever te verstevigen.

Ze slapen 's nachts ook

Zodra de zon ondergaat, stopt de fotosynthese en laten veel bomen hun takken en bladeren enkele centimeters hangen. In deze ruststand verbruiken ze de overdag aangemaakte suikers om te groeien. Hierbij gebruiken ze zuurstof en stoten ze CO2 uit, totdat de eerste zonnestralen hun suikerproductie weer opstarten.