Het belang van een goede waterkwaliteit is enorm: zonder schoon water is er geen veilig drinkwater, geen gezonde natuur en geen plek voor recreatie. De bewoners van de fortgrachten geven ons een goede beeld van hoe het met het water gesteld is.
De planten en dieren in het water zijn de beste graadmeters voor de waterkwaliteit. Zo groeien onderwaterplanten alleen bij voldoende licht en zuurstof, terwijl een dikke laag kroos juist wijst op een teveel aan voedingsstoffen.
Jaarlijks wordt het water in de fortgracht gecontroleerd volgens de Belgische Biotische Index (BBI). Op basis van de aanwezige waterdiertjes krijgt het water een score van 0 (zeer slecht) tot 10 (zeer goed). Met een score van 7 à 8 op 10, scoort onze fortgracht dus erg goed.


De waterkwaliteit wordt bepaald door het combineren van chemische, fysische en biologische gegevens. Terwijl sensoren ter plekke de temperatuur en het zuurstofgehalte meten, wijst een gevarieerde soortenrijkdom van waterplanten, vissen en macrofauna op een goede waterkwaliteit. Een soort zoals de kokerjuffer is zeer gevoelig voor vervuiling. Zijn aanwezigheid bevestigt dat de waterkwaliteit over een langere periode stabiel en gezond genoeg was om in te leven.
Geen enkele meting vertelt het volledige verhaal. Laboratoriumanalyses sporen specifieke stoffen op zoals stikstof of fosfaat en geven inzicht in vervuiling door landbouw, riool of industrie. De planten en dieren laten zien hoe het ecosysteem daadwerkelijk reageert op deze stoffen. Door deze verschillende meetmethodes te combineren, ontstaat een volledig beeld van de gezondheid van de gracht.
Gezond water trekt een hele keten aan leven aan. Kleine organismen dienen als voedsel voor vissen zoals de brasem, snoek en karper. Deze trekken op hun beurt weer visetende vogels aan, zoals de reiger, aalscholver en zelfs de ijsvogel.

De karper is een sterke vis die tientallen jaren oud kan worden. In de winter trekt hij naar de diepere, stabiele waterlagen van de gracht om in een ruststand de kou te overleven.

Deze vogel zie je hier vaak duiken. Hij is op zoek naar schelpdieren, zoals zoetwatermossels en kleine kreeftachtigen die op de bodem van de gracht leven.

Deze vogel is volledig aangepast aan een leven op het water en duikt moeiteloos naar kleine visjes. De fuut bouwt een drijvend nest dat vaak tussen de waterplanten veranker ligt.

Deze vogel is de belangrijkste jager langs de oever. Hij wacht geduldig op vissen, amfibieën en kleine zoogdieren die hij met zijn scherpe snavel uit het water pikt.

Aalscholvers zijn gespecialiseerde viseters die diep kunnen duiken. Na het vissen zie je ze vaak hun vleugels spreiden in de zon om hun verenpak te laten drogen.

Met zijn opvallende blauwe rug en oranje borst is de ijsvogel een van de meest kleurrijke verschijningen langs de fortgracht. Vanaf een vaste uitkijkpost boven het water loert hij op kleine visjes, om vervolgens met een razendsnelle duik zijn prooi te vangen.

De meerkoet heeft een witte snavel en wit voorhoofdschild. De ogen zijn donkerrood. Je vindt hem vooral op het water op zoek naar waterplanten, insecten, slakken en kleine visjes. Ze bouwen een stevig nest van riet en waterplanten dat op het water drijft. Hierdoor beweegt het nest mee met schommelingen in het waterpeil en blijven de eieren droog.

Het waterhoen wordt vaak verward met de meerkoet, hoewel er duidelijke verschillen zijn. Het waterhoen heeft een rode snavel met een gele punt die doorloopt in een rood voorhoofdschild. De veren zijn zwart met een opvallende witte streep langs de flanken en de poten zijn groengeel. Hij houdt zich meestal op in de oevervegetatie voor beschutting en eet naast waterplanten ook insecten, spinnen, slakken en kikkervisjes.

De ijsvogel is een kwaliteitscontroleur
IJsvogels zijn erg kieskeurige jagers. Hij heeft helder water nodig om zijn prooi te kunnen zien en gezonde, kleine visjes om te eten. Als je deze blauwe flits ziet, weet je meteen dat de voedselketen in het water mooi in balans is.
De waterzuivering leeft
Op de modderbodem van de fortgracht leven grote zoetwatermossels, zoals de zwanenmossel. Je ziet ze bijna nooit omdat ze half ingegraven zitten, maar ze zijn onmisbaar. Een enkele mossel filter tot wel tientallen liters per dag. Ze halen zwevende deeltjes en algen uit het water om te eten, waardoor de gracht helderder blijft voor andere bewoners.
Een onderwaterbos
Onder het wateroppervlak groeien planten zoals fonteinkruid. Hoewel ze voor de wandelaar vaak slechts als donkere vlekken zichtbaar zijn, werken ze als de 'longen' van de gracht. Via fotosynthese produceren ze overdag grote hoeveelheden zuurstof die ze afgeven aan het water, maar 's nachts verbruiken zij zelf ook weer zuurstof. Dit is cruciaal voor de verschillende diertjes om te kunnen overleven in stilstaand water.
Overwinteren in de diepte
Hoewel het oppervlak van de gracht in de winter kan dichtvriezen, blijft het water op de bodem altijd rond de 4 °C. Dit is de temperatuur waarbij het water het zwaarst is en naar de bodem zakt. Grote vissen zoals de karper trekken naar deze relatief 'warme' diepe plekken om in een soort ruststand de winter door te komen.