Op het forteiland vind je nog steeds sporen van het voormalige loopgravenstelsel. Hoewel er geen gegevens zijn over de exacte periode van de aanleg, geven deze geulen een tastbaar beeld van de militaire strategie rond de Eerste Wereldoorlog. Een deel van de oude loopgraven werd door onze vrijwilligers opnieuw uitgegraven zodat deze weer beter zichtbaar zijn.
De loopgraven rondom Fort Oelegem waren ontworpen als de buitenste verdedigingslinie. Ze moesten soldaten dekking bieden tegen vijandelijke artillerie en tegelijkertijd een veilige verbinding vormen tussen het fort en de omliggende bunkers. In theorie schoten de zware kanonkoepels van het fort over de hoofden van de eigen soldaten in deze loopgraven heen om de vijand op afstand te houden.
Hoewel deze gangen in Oelegem nooit een actieve belegering hebben gekend, herinneren ze ons aan de ontberingen elders. Toen de Duitsers arriveerden in onze omgeving volgde er al snel een overgave, waardoor in de omgeving van Fort Oelegem weinig gevochten is. Dit was een groot verschil met het leven aan het front in de Westhoek, waar een brute uitputtingsslag plaatsvond. Daar vormden identieke smalle gangen jarenlang de volledige leefwereld van soldaten, die dag en nacht in de modder overleefden onder constante spanning en vijandelijk vuur.
Deze loopgraven zijn het resultaat van militaire planning om de sector Oelegem als een verdedigingsblok te laten functioneren. Het idee achter dergelijke geulen was dat ze dienst deden als een zenuwnetwerk van de stelling. Via deze diepe gangen konden troepen, munitie en bevelen worden verplaatst zonder blootstelling aan het open veld en mogelijk vijandig vuur. Hoewel we niet precies weten wanneer elk deel van dit netwerk is uitgegraven, tonen ze de ambitie om het fort met de omliggende bunkers te verbinden.


Afkomstig uit Het verlies van de onschuld (1915) – Lynn MacDonald
De Romeinen deden het al
Bij hun belegeringen en ter verdediging van hun kampen maakten zelfs de Romeinen reeds gebruik van loopgraven als onderdeel van hun bredere verdedigingsstructuur. Na vele eeuwen is de techniek nog steeds grotendeels hetzelfde: de aarde die men uitgroef, werd als een extra beschermende wal bovenop de rand gelegd.
Loopgraven zijn nooit recht
Als je goed kijkt, zie je dat de loopgraven nooit in een kaarsrechte lijn lopen, maar altijd hoeken hebben of in een zigzagvorm (ook wel 'traverses' genoemd) lopen. Dit was een cruciale eigenschap: als een granaat insloeg of een vijand de loopgraaf binnendrong, konden de scherven of kogels nooit de hele gang bestrijken.
Je kreeg al snel natte voeten
Loopgraven rond forten hadden vaak te kampen met een hoog grondwaterpeil. Soldaten stonden daarom soms dagenlang in het water of de modder, wat leidde tot de beruchte 'loopgravenvoeten'. Om dit te voorkomen weren er vaak houten vlonders op de bodem gelegd en werden kleine afwateringsgeultjes gegraven om het water weg te laten lopen.
Ze brengen de natuur in de war
Door het graven werd de natuurlijke bodemstructuur omgewoeld en werd de bodemgesteldheid hier anders dan in de rest van het bos. Hier begonnen vervolgens specifieke planten te groeien die houden van verstoorde grond. Hét voorbeeld van dit fenomeen zijn de klaprozen. Dat is ook de reden dat er zoveel van groeiden tijdens de eerste wereldoorlog.