Populair bij vlinders

De grote brandnetel is de belangrijkste waardplant waar bekende dagvlinders zoals de dagpauwoog, atalanta en kleine vos hun eitjes leggen. Hun rupsen zijn volledig afhankelijk van de bladeren als voedselbron. Ook voor ongeveer twintig soorten nachtvlinders is de plant onmisbaar

Schakel in de voedselketen

Dankzij de brandharen biedt de plant een veilige schuilplaats voor spinnen, pissebedden en duizendpoten. Omdat de netel zoveel insecten aantrekt, vormt hij een cruciale schakel in de natuur. Insecteneters zoals vogels, amfibieën en kleine zoogdieren profiteren direct van deze grote hoeveelhei aan prooidieren.

Kenmerken

Mannelijk of vrouwelijk

De brandnetel is een tweehuizige plant, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten groeien. Je kan ze herkennen aan de stand van de bloemtrossen. Mannelijke planten hebben korte, opstaande trossen met geel stuifmeel, terwijl vrouwelijke planten herkenbaar zijn aan hun zware, hangende trossen vol zaadjes.

Bestuiving door de wind

De bloemen van de brandnetel zijn miniscuul en produceren geen nectar om insecten te lokken. De plant vertrouwt volledig op de wind om het stuifmeel te verspreiden.

De beruchte brandharen

De stengels en bladeren zijn bedekt met microscopisch kleine brandharen. Bij aanraking spuiten deze een cocktail van stoffen zoals histamine en mierenzuur in de huid, wat voor het bekende branderige gevoel zorgt.

Onschadelijk door hitte.

Het zuur in de brandharen is niet hittebestendig. Zodra de bladeren worden gekookt of gedroogd, verliest het zuur direct zijn werking. Zo kun je van de jonge toppen een gezonde soep maken vol ijzer en vitamine C.

Het medicijn groeit ernaast

De natuur biedt vaak direct een oplossing voor de branderige pijn van een netelsteek. Hondsdraf, een klein plantje met ronde blaadjes, houdt van dezelfde omstandigheden als netels en groeit daarom heel vaak in de directe nabijheid van de brandnetel. Volgens de volksgeneeskunde kan je door een blaadje hondsdraf te kneuzen en over de geprikte plek te wrijven met het vrijkomende sap de pijn verzachten.

Wist je dit al over netels?

Ze laten zich maar een kant op aaien

De punten van de brandharen zijn allemaal schuin omhoog gericht, waardoor je voorzichtig de stengel van onder naar boven kan aaien zonder de haartjes te breken en er geen zuur vrijkomt. Maar zelfs dan blijft aaien op eigen risico.

Ze wachten niet altijd op de wind

De brandnetel wacht niet passief tot de wind voorbijkomt. De meeldraden staan onder een enorme spanning en schieten plots open onder spanning zodra de bloem opengaat. Hierdoor wordt het stuifmeel met grote snelheid de lucht in geschoten, waardoor het makkelijker door de wind wordt meegenomen naar andere planten.

Ze verraden waar mensen woonden

Brandnetels houden van stikstofrijke grond. Omdat menselijke activiteit vaak zorgt voor extra stikstof, groeien ze massaal op plaatsen waar vroeger boerderijen, oude nederzettingen of afvalplekken waren.

Ze dienden vroeger als kleding

De stengels bevatten extreem sterke vezels die vergelijkbaar zijn met vlas of hennep. In tijden van schaarste werd van dit 'neteldoek' op grote schaal kleding en zelfs legertenten gemaakt. Het is een van de oudste textielsoorten ter wereld.