Zwammen zijn belangrijke opruimers in de natuur: met enzymen breken ze organisch materiaal af en maken mineralen en voedingsstoffen vrij voor bomen en planten.
De termen zwam en schimmel worden vaak door elkaar gebruikt. Meestal gebruikt men het woord zwam voor een schimmel waarvan het vruchtlichaam zichtbaar is. Schimmels die bijvoorbeeld op etensresten groeien hebben geen vruchtlichaam en noemen we geen zwam. Schimmels vormen een apart rijk: ze behoren niet tot het planten- of dierenrijk.
Wat wij een paddenstoel noemen, is eigenlijk het vruchtlichaam van de zwam. De eigenlijke zwam zien we niet. Hij bestaat uit een kleurloos netwerk van dunne, met elkaar verweven draden: de schimmeldraden of hyfen. Deze draden mijden licht en groeien meestal ondergronds in de bodem of in dood of levend hout. Het volledige netwerk van schimmeldraden noemen we de zwamvlok of mycelium.
De paddenstoel zorgt voor de verspreiding en voortplanting via sporen. Deze sporen zijn slechts enkele duizendsten van een millimeter groot en worden verspreid door de wind of via insecten en zoogdieren. Het opbouwen van een nieuwe zwamvlok kan jaren tot decennia uren, afhankelijk van de omstandigheden

De termen zwam en schimmel worden vaak door elkaar gebruikt. Meestal gebruikt men het woord zwam voor een schimmel waarvan het vruchtlichaam zichtbaar is. Schimmels die bijvoorbeeld op etensresten groeien hebben geen vruchtlichaam en noemen we geen zwam. Schimmels vormen een apart rijk: ze behoren niet tot het planten- of dierenrijk.

Wat wij een paddenstoel noemen, is eigenlijk het vruchtlichaam van de zwam. De eigenlijke zwam zien we niet. Hij bestaat uit een kleurloos netwerk van dunne, met elkaar verweven draden: de schimmeldraden of hyfen. Deze draden mijden licht en groeien meestal ondergronds in de bodem of in dood of levend hout. Het volledige netwerk van schimmeldraden noemen we de zwamvlok of mycelium.
De paddenstoel zorgt voor de verspreiding en voortplanting via sporen. Deze sporen zijn slechts enkele duizendsten van een millimeter groot en worden verspreid door de wind of via insecten en zoogdieren. Het opbouwen van een nieuwe zwamvlok kan jaren tot decennia uren, afhankelijk van de omstandigheden

De opruimers breken dood materiaal zoals bladeren en takken met enzymen volledig af tot vruchtbare humus, waardoor voedingsstoffen terugkeren in de bodem. Een bekend voorbeeld is het elfenbankje: een eenjarige zwam die uitsluitend op dood loofhout leeft en de harde houtvezels omzet in nieuwe voeding voor de natuur.

Parasieten wachten niet tot een boom sterft, maar vallen levende organismen aan om direct suikers en voedingsstoffen te stelen. De berkenzwam is hier een goed voorbeeld van. Hij infecteert levende en gezonde berken en verzwakt hen tot ze sterven. Vervolgens verwerkt de zwam het resterende dode hout als een echte opruimer.

In tegenstelling tot echte parasieten, slaat deze groep toe bij bomen die al een verminderde weerstand hebben, bijvoorbeeld door ouderdom of extreme droogte. Een voorbeeld hiervan is de tonderzwam, die zich vestigt op bomen die al vechten om te overleven en door interne houtafbraak hun einde versnelt.

Symbionten kiezen voor een win-winsituatie door een actieve samenwerking met bomen aan te gaan via de wortels. De overbekende vliegenzwam en het eekhoorntjesbrood bieden de boom extra mineralen, water en bescherming aan. In ruil hiervoor onttrekt de zwam de nodige suikers aan de boom. Dit cruciale ruilsysteem noemen we mycorrhiza.
Het worteloppervlak van een boom kan via zwamvlokken enorm uitbreiden. De boom profiteert zo van een betere wateropname, extra mineralen en zelfs bescherming tegen infecties. Deze wijd uitgedijde netwerken vormen het zogenaamde 'wood wide web'. Hierdoor staan bomen in een bos onderling in verbinding en kunnen ze effectief met elkaar communiceren en stoffen uitwisselen, zelfs tussen verschillende boomsoorten

Ze zijn beschermd
In België is het verboden paddenstoelen in het wild te plukken. Geniet tijdens de wandeling van de pracht van de natuur, maar laat ook anderen na jou meegenieten.
Ze zijn een goede voedselbron
Schimmels zijn erg belangrijk in de natuur. Paddenstoelen vormen vaak een goede voedselbron voor zoogdieren zoals eekhoorns en everzwijnen, maar ook voor insecten en slakken. Sommige dieren eten zelfs paddenstoelen die voor de mens giftig zijn.
Ze helpen bij het maken van vuur
Vroeger haalde men uit de tonderzwam een zachte, vezelige laag die tot tondel werd bewerkt. Dit materiaal kon snel smeulen en hielp zo bij het aanmaken van vuur.
Ze helpen vliegen te bestrijden
De vliegenzwam werd vroeger op boerenerven gekookt in melk met stroop om zo vliegen aan te trekken. Die stierven dan wanneer ze in dit goedje terechtkwamen. Zo komt de vliegenzwam dan ook aan zijn naam.